Zeeuws Vlaamse Kynologen Club ZVKC

De puppy lessen

Het doel van puppytraining is om een gehoorzame huishond te krijgen die ook sociaal is naar andere honden en geen angsten kent voor dingen die in het dagelijkse leven gebeuren. We leren de hond door positieve bekrachtiging. Dat wil zeggen we lokken door middel van een snoepje iets uit. Als de hond doet wat we willen dan wordt er beloond. De pup krijgt het snoepje en we benoemen wat ze heeft gedaan. Bijv. We willen dat de hond gaat zitten, we zeggen niets maar houden het brokje zo dat de hond gaat zitten. Op het moment dat de hond zit, zeggen we direct zit en geven het brokje. Je zult versteld staan hoe snel de hond leert om op commando te gaan zitten. Nu is het niet de bedoeling om continue snoepjes te geven. Dit wordt ook weer afgebouwd. We leren de pup dus niet zoals vroeger door een ruk aan de riem te gaan zitten. Wie vindt dat nou leuk om te doen? En bovenal beschadig je de pup emotioneel, maar ook lichamelijk. De hond heeft geen plezier meer en plezier is juist zo belangrijk: fijn samen met de baas gaan trainen, een team vormen.

Er zijn twee groepen pups namelijk puppy en jonge honden. In de cursus puppy leren de honden:

  1. wandelen zonder aan de lijn te trekken, dat is vooral iets wat de baasjes moeten leren, consequent zijn. En dat is trouwens gedurende de opvoeding van de hond heel belangrijk!
  2. ook leren we de hond een stukje te volgen aan de lijn, dat is netjes aan de linkerkant van de baas meelopen. Dit wordt de honden geleerd die bijv. naar de gevorderden of wedstrijdklas gaan. Maar ook de huishond moet dit leren, omdat je wel eens met je hond in een drukke omgeving loopt. Dan is het handig als je hond heel dichtbij je loopt en je zo anderen niet stoort.
  3. aandacht te hebben voor de baas. Als je geen aandacht hebt zal je hond niet naar je toe komen als je hem roept en geen commando' s uitvoeren. Een hond die aandacht heeft voor zijn baas wil ook graag iets voor die baas doen.
  4. komen op bevel. Eén van de basisoefeningen, je hond dient te komen als je hem roept. Je moet hem rustig aan kunnen lijnen zonder dat de hond weg rent.
  5. zitten, liggen en staan: oftewel de 3 houdingen. Aan de stoeprand moet de hond rustig zitten om veilig over te kunnen steken. Als je de hond ergens mee naar toe neemt dan is het handig als hij rustig aan de voeten gaat liggen. Staan is nodig bij de dierenarts.
  6. spelen samen met de baas. Iedere pup is een kei in spelen met soortgenoten, maar hij moet dit ook samen met de baas doen. Lekker sjorren aan een touw bijv. maar vooral ook loslaten op commando. Met andere woorden de baas moet het spel kunnen beginnen en eindigen. Dit is ook belangrijk voor de rangorde. De baas staat hierdoor boven aan de ladder, de hond onderaan.
  7. betasten en tandjes kijken. Voor iedere hond is het belangrijk dat hij niet uitvalt of bijt als iemand wil aaien. Het is dan ook belangrijk dat je dit je hond leert. Bezoek eens de markt met de pup, ga op een bankje zitten en laat iedereen maar aaien. Jong en oud, dik en dun, blank of donker, met baard, kaal, etc. De pup moet wennen aan allerlei mensen en niet gestrest worden in een drukke omgeving. De tandjes laat het baasje zelf zien. Geleerd wordt hoe je dit op de beste manier kunt doen.
  8. zit blijf en af blijf. De baas bepaalt wanneer de hond uit de positie mag gaan.
  9. socialisatieoefening. De hond mag niet uitvallen naar andere honden en begeleiders. De vuilniscontainers, een bezem, paraplu, over een zeiltje lopen, door de tunnel, etc. Er wordt geleerd dat dit niet griezelig is. Ook thuis moet je gewoon kunnen stofzuigen zonder een hond die bang in een hoekje zit, of zich agressief gedraagt t.o.v. de stofzuiger.

In de cursus jonge honden leren de honden:

  1. alles uit de cursus puppy wordt herhaald.
  2. de blijfoefeningen worden langer en de baas moet de hond kunnen verlaten zonder dat de hond uit de positie gaat.
  3. volgen nog iets netter en er komen bochten in, nl. de linker- en rechterbocht en de links- en rechtsomkeert. We gaan ook langzaam de snoepjes afbouwen.
  4. netjes los volgen naast de baas krijgt meer aandacht.
  5. komen op bevel. de hond moet netjes recht voor de baas leren zitten, maar ook netjes naast de baas.
  6. vooruit sturen. De hond leert om van de baas weg naar een speeltje te rennen en daar netjes op de baas te wachten. Het mooist is dat de hond netjes gaat liggen bij het speeltje.
  7. apporteren. Er wordt een begin gemaakt om te apporteren. De hond leert om een blok vast te houden zonder te kauwen en geeft het netjes af aan de baas.

Voor diegene die verder wil is het mogelijk om vervolgcursussen te volgen.

Hanka Jongman, instructeur jonge honden

ZVKC is aangesloten bij de Raad van Beheer op kynologisch gebied in Nederland.